Aan alles komt een eind, en dus ook aan mijn ongeregelde fietstochten van Gorinchem naar Gouda (m'n zelfbenoemde Go-Go tochtjes). Hoe dat zo Rob, zult u zich afvragen ? Nou dat zal ik nu uit de doeken doen:
Ik zit nu al zo'n negen jaar in de IT. Mijn werkgever zond mij uit naar diverse klanten in heel Nederland. De ene keer in Apeldoorn, dan weer in Leiden, en soms ook wat dichterbij, zoals nu in Gouda. Ik fiets (en 'auto') nu zo'n half jaar lang heen en weer tussen Gorinchem en Gouda, maar het ziet ernaar uit dat aan deze pret een eind gaat komen. Dan moet ik weer met de auto, de file in, bij voorkeur lang onderweg, vroeg weg, en laat thuis. Daar komt nog bij dat diverse verkeersgoeroes orakelen dat wij naar een totaal verkeers-infarct toerijden, dus de vooruitzichten worden er niet echt veel beter op.
Om kort te gaan, ik was op zoek naar een andere baan, en dan het liefst een met een korte reistijd. En die baan had ik snel gevonden. En het mooie is; ik hoef maar tien minuten te fietsen. Maar 'elk voordeel heb z'n nadeel'; ik hoef maar tien minuten te fietsen. Zo'n afstand is niet interessant met een Quest, dan ben ik elke dag zowat langer bezig met in- en uitstappen dan met fietsen. Dit houdt dus in dat ik heel wat minder fietskilometers zal gaan maken de komende tijd.
Maar als ik even een korte rekensom maak: per dag ben ik nu ongeveer drie uur onderweg naar m'n werk (ongeacht of ik nu met de fiets of met de auto ben). Er gaan circa ongeveer plusminus pak-en-beet tweehonderd werkdagen in een jaar. Drie keer tweehonderd maakt zowat zeshonderd uren extra vrije tijd per jaar. En die tijd kan ik dus 'nuttig' gebruiken door wat meer te fietsen. Goed, het gaat dan wel om recreatief fietsen, maar daar is niets mis mee, en zeker niet in zo'n lekkere fiets als de Quest.
U hoort dus nog van mij.....
Een DF is een Velomobiel. Een Velomobiel is een fiets die (vrijwel) geheel overdekt is en op drie (of meer) wielen rijdt.
De mijne is rood en wit en heeft serienummer 283.
Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen
19 juni 2007
11 juni 2007
Piep - kners, piep - kners....
.... deed m'n fiets de afgelopen week. Het begon tijdens de tocht naar Noord Holland, vorige week. Op kilometerstand pakweg 4700. Een zwak geratel steeg op vanachter m'n zitje. Zo te horen kwam het van m'n achterwiel.
Al tijdens het fietsen begon de analyse; lag het aan het derailleur of aan het achterwiel ? Even stoppen met trappen, en het gekraak hield op. Het derailleur dus. Maar een half uur later ging het knerpen gewoon door, ook als ik niet trapte. Niet het derailleur dus, maar het achterwiel dus. Zal wel het lager zijn dan, of iets anders dat aanloopt.
Ik heb er toen die dag even verder geen aandacht aan besteed. En het vreemde was, op de terugweg van de 105km was er helemaal niets meer te horen. Probleem opgelost zou je zo denken. Maar helaas, de praktijk was weerbarstig. Dus kon ik maandag ochtend, op weg naar m'n werk, weer luisteren naar een door merg en been gaand geknerp, afkomstig van het achterwiel. Piep - kners, piep - kners.........
In het begin van de week duurde de krekel-aubade maar een half uur per rit, daarna was het achterwiel kennelijk genoeg opgewarmd, en kon ik in alle rust mijn weg vervolgen. Maar aan het eind van de week kon ik gedurende de hele fietsroute (zo'n 40km) van het kraken uit de achtersteven genieten. Tijd dus om eens in de inwendige fiets te duiken.
Afgelopen zondag het achterwiel er maar weer eens uit. Ik begin er handigheid in te krijgen. Het vet rond de achteras is stroperig en taai geworden, en er loopt ongeveer halverwege een groefje door het smeersel om de as. Zand ? Ik maak de as schoon, voorzie het geheel weer van een smeerseltje en zet de boel weer in elkaar. Even testfietsen. Een oorverdovende stilte valt mij toe !!
Heerlijk.....
Al tijdens het fietsen begon de analyse; lag het aan het derailleur of aan het achterwiel ? Even stoppen met trappen, en het gekraak hield op. Het derailleur dus. Maar een half uur later ging het knerpen gewoon door, ook als ik niet trapte. Niet het derailleur dus, maar het achterwiel dus. Zal wel het lager zijn dan, of iets anders dat aanloopt.
Ik heb er toen die dag even verder geen aandacht aan besteed. En het vreemde was, op de terugweg van de 105km was er helemaal niets meer te horen. Probleem opgelost zou je zo denken. Maar helaas, de praktijk was weerbarstig. Dus kon ik maandag ochtend, op weg naar m'n werk, weer luisteren naar een door merg en been gaand geknerp, afkomstig van het achterwiel. Piep - kners, piep - kners.........
In het begin van de week duurde de krekel-aubade maar een half uur per rit, daarna was het achterwiel kennelijk genoeg opgewarmd, en kon ik in alle rust mijn weg vervolgen. Maar aan het eind van de week kon ik gedurende de hele fietsroute (zo'n 40km) van het kraken uit de achtersteven genieten. Tijd dus om eens in de inwendige fiets te duiken.
Afgelopen zondag het achterwiel er maar weer eens uit. Ik begin er handigheid in te krijgen. Het vet rond de achteras is stroperig en taai geworden, en er loopt ongeveer halverwege een groefje door het smeersel om de as. Zand ? Ik maak de as schoon, voorzie het geheel weer van een smeerseltje en zet de boel weer in elkaar. Even testfietsen. Een oorverdovende stilte valt mij toe !!
Heerlijk.....
24 mei 2007
12 april 2007
Da's pech !
Afgelopen woensdag voor het eerst serieuze pech met m’n fiets. ’s Ochtends in alle vroegte vertrokken. Het is nog donker, maar de vogeltjes fluiten hun stembandjes schor. Wanneer ik de stadsgrenzen van Gorinchem passeer blokkeren ineens de trappers van m’n fiets. Verbaasd rol ik de fiets tot stilstand onder de laatste lantarenpaal, voordat de weg het duister induikt.
In het schijnsel van de lichtmast kantel ik m’n fiets in het gras. Ik verwacht dat de ketting tussen het derailleur vast zit, maar helaas, niet dus. Een controle aan het voorblad levert ook al niets op. Ik probeer nog eens wat te trappen, maar na een paar meter loopt de boel weer vast. ^#%&@@#$ !!! denk ik. Er zit niets anders op dan lopend terug te gaan. Dat is ongeveer zeven kilometer. Hollend naast de fiets probeer ik binnen een redelijke tijd weer thuis te komen. Op de laatste honderd meter kom ik er achter dat ik ook kan steppen in een Quest, wanneer ik half op de smurfenmuts ga zitten en een been buitenboord houd. Dat had ik eerder moeten bedenken...
Thuis kleed ik mij om en pak ik de auto, en al piekerend probeer ik achter de oorzaak van het probleem te komen. Ik zet alles in gedachten nog eens op een rijtje:
Ik citeer Ymte:
“Misschien zit de moer die je tandwielen opsluit los, hij kan dat klem tegen de vork gaan lopen. Als hij los zit kunnen de tandwielen zijdelings bewegen. Om hem vast te krijgen moet je het achterwiel uit je fiets halen, freewheel op je naaf plaatsen zodat je hem met het wiel tegen kunt houden. Voor het vastzetten van de moer heb je een speciaal hulpgereedschapje nodig.”Einde citaat.
Ik haal de boel los, en inderdaad, de cassette valt als los gruis tussen de achtervork vandaan. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Nu begrijp ik de symptomen: de afsluitmoer van de tandwielen raakt los en drukt tegen de vork aan, en de boel loopt vast. Wanneer ik met de hand het achterwiel ronddraaide, werd deze moer weer op de cassette gedraaid en kwam de boel weer vrij. Het is koopavond, dus ik hol naar de fietsenwinkel en koop het speciale hulpgereedschapje waar Ymte het over had. Dit stuk gereedschap gaat in het vervolg een vast onderdeel van m’n fietsuitrusting worden !
Snel zet ik voor het donker alles in elkaar. Kennelijk iets te snel, als ik achteruit een helling afrijd gaan de trappers mee.... Hier moet dus nog wat aan gesleuteld worden.
Hieronder een plaatje van de boosdoener, de afdekmoer op de cassette...

PS: Zoals Kees van Malssen al zeer terecht opmerkte in de ligfiets groep: het is normaal dat de trappers meedraaien wanneer de fiets achteruit rijdt. Niets aan de hand dus.
Dom, dom, dom, dom, dom.
In het schijnsel van de lichtmast kantel ik m’n fiets in het gras. Ik verwacht dat de ketting tussen het derailleur vast zit, maar helaas, niet dus. Een controle aan het voorblad levert ook al niets op. Ik probeer nog eens wat te trappen, maar na een paar meter loopt de boel weer vast. ^#%&@@#$ !!! denk ik. Er zit niets anders op dan lopend terug te gaan. Dat is ongeveer zeven kilometer. Hollend naast de fiets probeer ik binnen een redelijke tijd weer thuis te komen. Op de laatste honderd meter kom ik er achter dat ik ook kan steppen in een Quest, wanneer ik half op de smurfenmuts ga zitten en een been buitenboord houd. Dat had ik eerder moeten bedenken...
Thuis kleed ik mij om en pak ik de auto, en al piekerend probeer ik achter de oorzaak van het probleem te komen. Ik zet alles in gedachten nog eens op een rijtje:
- Het gebeurde van het ene op het andere moment, ik was op dat moment niet aan het schakelen.
- De trapas wil niet meer voor- of achteruit
- De ketting rond het derailleur loopt goed
- Bij flink kracht zetten op de trappers voelt het vreemd sponzig aan
(Het achterwiel loopt nog vrij (fiets is te duwen) - Ik heb het niet goed kunnen zien (het was nog donker), maar bij terug trappen (wat dus niet gaat) blijft de ketting strak staan
- Als ik in de fiets zit en een helling afrol, hoor ik een tikkend geluid, ongeveer in de frequentie van het draaien van het achterwiel
Ik citeer Ymte:
“Misschien zit de moer die je tandwielen opsluit los, hij kan dat klem tegen de vork gaan lopen. Als hij los zit kunnen de tandwielen zijdelings bewegen. Om hem vast te krijgen moet je het achterwiel uit je fiets halen, freewheel op je naaf plaatsen zodat je hem met het wiel tegen kunt houden. Voor het vastzetten van de moer heb je een speciaal hulpgereedschapje nodig.”Einde citaat.
Ik haal de boel los, en inderdaad, de cassette valt als los gruis tussen de achtervork vandaan. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Nu begrijp ik de symptomen: de afsluitmoer van de tandwielen raakt los en drukt tegen de vork aan, en de boel loopt vast. Wanneer ik met de hand het achterwiel ronddraaide, werd deze moer weer op de cassette gedraaid en kwam de boel weer vrij. Het is koopavond, dus ik hol naar de fietsenwinkel en koop het speciale hulpgereedschapje waar Ymte het over had. Dit stuk gereedschap gaat in het vervolg een vast onderdeel van m’n fietsuitrusting worden !
Snel zet ik voor het donker alles in elkaar. Kennelijk iets te snel, als ik achteruit een helling afrijd gaan de trappers mee.... Hier moet dus nog wat aan gesleuteld worden.
Hieronder een plaatje van de boosdoener, de afdekmoer op de cassette...
PS: Zoals Kees van Malssen al zeer terecht opmerkte in de ligfiets groep: het is normaal dat de trappers meedraaien wanneer de fiets achteruit rijdt. Niets aan de hand dus.
Dom, dom, dom, dom, dom.
10 april 2007
Ontmoetingen in het donker
Ik rijd de laatste dagen ’s ochtends nog in het donker. Dat levert vaak onverwachte ontmoetingen op. De route tussen Gorinchem en Schoonhoven voert mij over grotendeels onverlicht fietspad. M’n twee koplampen doen dan waar ze voor gemaakt zijn; het fietspad verlichten. Soms verlichten zij ook de obstakels die zich op het fietspad bevinden, takken, hobbels, kuilen, ik zie ze allemaal.
Regelmatig moet ik echter uitwijken voor eenden op mijn weg. Kennelijk vinden ze het prettig om in het stikke donker op het fietspad rond te banjeren, want ze geven meestal geen krimp wanneer ik voorbij rijd. Afgelopen week trof ik een ander dier op de baan aan. Het stond op z’n achterpoten en was gefixeerd op iets dat zich een paar meter verderop in de berm bevond. Ik verwachtte dat het dier op mijn naderen wel weg zou stuiven, maar tot m’n verbazing bleef het zitten...
Op een afstand van 10cm reed ik erlangs. De koplampen streken langs zijn glanzende vacht, en zag ik tot mijn verbazing dat het een marter was. Zijn blik bleef onveranderd gefocust op dat wat zich in de berm afspeelde. Geen idee wat het was, maar het was kennelijk een stuk interessanter dan een drie meter lange rode banaan die met een snelheid van 40km/u op een afstand van 10cm in het stikke donker langs je heen zoeft.......
Regelmatig moet ik echter uitwijken voor eenden op mijn weg. Kennelijk vinden ze het prettig om in het stikke donker op het fietspad rond te banjeren, want ze geven meestal geen krimp wanneer ik voorbij rijd. Afgelopen week trof ik een ander dier op de baan aan. Het stond op z’n achterpoten en was gefixeerd op iets dat zich een paar meter verderop in de berm bevond. Ik verwachtte dat het dier op mijn naderen wel weg zou stuiven, maar tot m’n verbazing bleef het zitten...
Op een afstand van 10cm reed ik erlangs. De koplampen streken langs zijn glanzende vacht, en zag ik tot mijn verbazing dat het een marter was. Zijn blik bleef onveranderd gefocust op dat wat zich in de berm afspeelde. Geen idee wat het was, maar het was kennelijk een stuk interessanter dan een drie meter lange rode banaan die met een snelheid van 40km/u op een afstand van 10cm in het stikke donker langs je heen zoeft.......
30 maart 2007
18 kilometer witte soep.
Door ziekte heb ik afgelopen week niet kunnen genieten van het lengen der dagen, en na het afgelopen weekend gooide de zomertijd roet in het eten. Als gevolg van het vooruit zetten van de klokken was het weekend niet alleen een uur korter, maar moet ik de route Gorinchem-Gouda weer volledig in het donker afleggen.
Vanochtend kwam er nog een extra handicap bij, in de vorm van een dichte mist. De route Gorinchem-Schoonhoven voert mij grotendeels door een onverlichte polder. Normaal gesproken voldoen mijn twee Luxeon-K2 koplampen voldoende, maar het enige dat ik deze ochtend verlichtte was de dikke mist voor mij. Als ik links over de rand van m'n Quest keek, kon ik nog net een stukje fietspad van het gras ernaast onderscheiden, maar soms werd de soep zo dicht dat ook dat niet mogelijk was.
Als gevolg daarvan heb ik een flink deel van de route tastend door het duister af moeten leggen. Het fietspad is gelukkig zo recht als een kaars, dus ik kon de snelheid op 37km/u houden, maar echt prettig fietst het niet. Pas na Schoonhoven werd de mist wat minder dicht, en kon ik profiteren van de lantaren palen die mij wat houvast gaven over de te volgen route.
Als ik zo uit het raam kijk, kan ik gelukkig vanmiddag weer met heldere blik terug naar huis.
Vanochtend kwam er nog een extra handicap bij, in de vorm van een dichte mist. De route Gorinchem-Schoonhoven voert mij grotendeels door een onverlichte polder. Normaal gesproken voldoen mijn twee Luxeon-K2 koplampen voldoende, maar het enige dat ik deze ochtend verlichtte was de dikke mist voor mij. Als ik links over de rand van m'n Quest keek, kon ik nog net een stukje fietspad van het gras ernaast onderscheiden, maar soms werd de soep zo dicht dat ook dat niet mogelijk was.
Als gevolg daarvan heb ik een flink deel van de route tastend door het duister af moeten leggen. Het fietspad is gelukkig zo recht als een kaars, dus ik kon de snelheid op 37km/u houden, maar echt prettig fietst het niet. Pas na Schoonhoven werd de mist wat minder dicht, en kon ik profiteren van de lantaren palen die mij wat houvast gaven over de te volgen route.
Als ik zo uit het raam kijk, kan ik gelukkig vanmiddag weer met heldere blik terug naar huis.
12 maart 2007
Door Gouda

Na een semi-winter vol wind en water kwam maandag dan eindelijk een dag zoals er hoop ik nog vele zullen volgen. Om half zes in de ochtend is het nog flink donker, maar de vogels trekken zich daar niets van aan, en twinkeleren dat het een lust is. Onderweg merk ik dat de dagen toch al snel aan het lengen zijn, het wordt zowaar licht. Heerlijk!
Om zo snel en soepel mogelijk Gouda door te koersen heb ik een route gevonden die voorlopig mijn favoriet is (zie kaartje hierboven). De weg gaat langs de volgende paden en wegen: -voorwillense weg- -zuidelijke zwarteweg- -Graaf Florisweg- -statensingel- -Ridder van Catsweg- -bloemendaalse weg-. De route leidt mij -op een paar kleine stukken na- vrijwel alleen over fietspaden of autoluwe paden, en welgeteld drie stoplichten (die 's ochtends nog uitstaan). Gouda heeft in z'n recente geschiedenis (net zoals de meeste steden) al heel wat polders opgeslokt. En in plaats van alle wegen en boerderijen plat te walsen heeft Gouda ervoor gekozen om een deel te laten bestaan en als fietspad te gebruiken. Kijk, dat vind ik nou aardig...
Op de terugweg is het zonnig en een hoop insecten hebben voor het eerst dit jaar het luchtruim gekozen. Dat is vervelend, want om bij een snelheid van 35 km/u een vlieg in je oog te krijgen lijkt mij geen pretje. Ik stop om de zonnebril op te zetten. En of het nu psychisch is of niet, ik rijd gelijk 5 tot 7 km harder. Okee, de bril is gestroomlijnd, maar zo'n snelheidwinst is toch ook niet te verwachten. Ik zal het er maar op houden dat m'n angst voor een aanvaring met een gepansterd vliegbeest door het plaatsen van die bril is weggenomen, waardoor ik wat harder tegen de pedalen durf te duwen...
08 maart 2007
Vissertjes
De afgelopen dagen ondanks het onsympathieke weer toch met de Velomobiel in de(het) weer geweest. De route Gorinchem – Gouda is naar aanleiding van tips van Kees wat meer gepolijst. In Gouda heb ik nu een route gevonden met minder kruispunten, minder rotondes en vooral minder stoplichten.
Door al het hemelvocht van de afgelopen dagen zijn de condities in m’n fiets te omschrijven als een klamme sauna. Het knipkaartje dat ik elke dag overhandig aan de pontbaas van Schoonhoven hangt iedere keer slap in m’n handen. De baas krijgt z’n tangetje amper door het zompige papier. M’n fiets staat overdag droog, maar dat is nauwelijks genoeg om de inhoud ervan naar enigzins aanvaardbare vochtconcentraties te brengen.
Gisteren ochtend in het donker nog wat pech onderweg. Ineens schoot mijn linker voet uit de SPD-clip. Ik duw het bewuste lichaamsdeel weer op z’n plaats, maar zonder resultaat. Al fietsend rommel ik een tijdje door, maar ik krijg geen grip. Ben ik soms het plaatje onder m’n schoen verloren ? Vreemd, want dan zou dat al fietsend moeten zijn gebeurd, en ik heb niets horen vallen. Al filosoferend kom ik tot de conclusie dat het plaatje nog gewoon op de trapper moet zitten. En jawel, als ik later overdag de trapper bekijk blijkt het ding trouw met mij meegefietst te zijn. Ik haal het los en schroef het weer onder m’n schoen.
Op de terugweg vijl ik weer wat bij op m’n route door Schoonhoven. Tot nu toe volgde ik een weg vol hobbels en drempels, maar als ik de stad in wil rijden zie ik aan m’n linkerhand een mooi stukje asfalt. Ik sla af, maar merk dat ik aan de verkeerde kant van een watertje zit. Ik stop om de fiets te keren. Aan de overkant van het watertje staan twee jongetjes met een hengel. Ze kijken geboeid toe terwij ik de fiets keer. ‘Meneer, wilt u zometeen zo hard mogelijk langsrijden ?’ klinkt het van de overkant. Natuurlijk wil ik dat, en met een lekker gangetje kachel ik langs de twee opgetogen knaapjes, onderwijl volijk zwaaiend en toeterend.
Eenmaal over de Lek verhoog ik het tempo, om zo te voorkomen dat een naderende bui mijn fiets volgiet, want ik fiets vanmiddag dak- en kaploos. En dat is ook voor het eerst sinds dagen.....
Labels:
gouda,
watzezeggen,
werk
03 maart 2007
Gewoon woon-werk verkeer
De afgelopen week heb ik mij ingelaten met gewoon woon-werk verkeer. Drie keer met de fiets, twee keer met de auto. De vermoeidheid die mij de eerste week parten speelde was nu veel minder, dat gaat dus de goede kant op.
Donderdag ochtend ervoer ik dat je ondanks de schuimkap en het dakje toch nog behoorlijk nat kunt worden tijdens een regenbui. Het was nog donker en er stond een flinke wind. Een stevige bui brak los en teisterde het landschap en mijn fiets gedurende ongeveer drie kwartier. Het opspattende water op de neus van de Quest werd door de wind onder het dakje gewerveld, met als gevolg dat Rob een nat hoofd kreeg. Ik moet natuurlijk niet zeuren, want onder dezelfde omstandigheden was ik met m'n open ligger totaal verzopen aangekomen.
Op aanraden van Kees heb ik op donderdag op de terugweg de route langs het riviertje de Vlist genomen. Dat ging snel en goed. Het ging goed omdat ik de weg aan de oostkant van de rivier heb bereden, en die is erg autoluw. En het ging snel omdat er een straffe wind stond, die mij de eerste keer het onder velomobilisten zo bekende zeil-effect deed ervaren. Ik moest de handen geconcentreerd aan het stuur houden en de bochten in de weg vooral netjes aansnijden (zoals dat zo mooi heet), maar de wind deed m'n fiets zonder trappen zo af en toe versnellen naar snelheden boven de veertig kilometer.
De pont bij Schoonhoven lag door de regenval van vanochtend ineens een halve meter hoger....
Donderdag ochtend ervoer ik dat je ondanks de schuimkap en het dakje toch nog behoorlijk nat kunt worden tijdens een regenbui. Het was nog donker en er stond een flinke wind. Een stevige bui brak los en teisterde het landschap en mijn fiets gedurende ongeveer drie kwartier. Het opspattende water op de neus van de Quest werd door de wind onder het dakje gewerveld, met als gevolg dat Rob een nat hoofd kreeg. Ik moet natuurlijk niet zeuren, want onder dezelfde omstandigheden was ik met m'n open ligger totaal verzopen aangekomen.
Op aanraden van Kees heb ik op donderdag op de terugweg de route langs het riviertje de Vlist genomen. Dat ging snel en goed. Het ging goed omdat ik de weg aan de oostkant van de rivier heb bereden, en die is erg autoluw. En het ging snel omdat er een straffe wind stond, die mij de eerste keer het onder velomobilisten zo bekende zeil-effect deed ervaren. Ik moest de handen geconcentreerd aan het stuur houden en de bochten in de weg vooral netjes aansnijden (zoals dat zo mooi heet), maar de wind deed m'n fiets zonder trappen zo af en toe versnellen naar snelheden boven de veertig kilometer.
De pont bij Schoonhoven lag door de regenval van vanochtend ineens een halve meter hoger....
21 februari 2007
Gemist....
Deze ochtend (woensdag), rond de klok van zeven. Op een kruispunt aan de zuidgrens van Gouda. Signalement: een witte Quest getooid met zwarte vlekken, zoals koeien deze ook dragen. De berijder is amper te zien, alleen een oranje pet steekt boven de schuimkap uit. Ik gebruik mijn nieuwe toeter. Een keer, twee keer. Het stoplicht voor de koeienquest gaat op groen, en de fiets rijdt weg. Ik zwaai nog even vertwijfeld, maar ik word niet gezien.
Bij deze alsnog een goedemorgen, Kees.
Bij deze alsnog een goedemorgen, Kees.
20 februari 2007
Op naar Gouda

Sinds een week of drie werk ik in Gouda. Dat is qua fiets afstand een stuk beter te doen dan Nijmegen, en dus kan ik weer wat meer op de fiets naar m’n werk gaan. Nu waren er een aantal factoren die mij nog weerhielden aan deze onderneming te beginnen. Ten eerste het weer, storm, sneeuw en regen, we hebben het allemaal gehad de afgelopen weken. Verder is het ’s ochtends nogal donker, en aangezien de route nieuw voor mij is, zal ik in het duister een weg moeten vinden. Verder ontbrak er nog een prikkel: files. Ik kan gelukkig om 7 uur beginnen, en dan zijn de files nog kort. Wanneer ik om half vier weer huiswaarts keer, is er van opstoppingen ook nog niet echt sprake.
Maar: gelukkig zijn er ook nog een aantal prikkels die mij hebben doen besluiten wél in de fiets te stappen. Ten eerste: Frank van Rijn. Deze wereldfietser kwam ik enkele dagen geleden al tegen op de website van Bas, en het toeval wil dat ik net zijn laatste boek aan het lezen ben. Als ik zo lees over z’n reis door Tibet vind ik mijzelf maar een mietje; ik zit uitwegen te zoeken om niet te hoeven fietsen terwijl die man met zware bepakking bij temperaturen ver onder nul op een hoogte van boven de 5000 meter op z’n trappers staat te duwen.
Frank is in m’n boek net de grens van Nepal over gestoken, en dat was net nadat hij in Tibet zijn hoogte/diepte punt van z’n reis had bereikt. Voor mij een mooi moment om ook maar weer eens in m’n fiets te stappen. Om kwart voor zes gaat de wekker. Jas mee, tas mee, TomTom mee. De vogels fluiten hun eerste voorzichtige noten. Door de stille straten van Gorinchem gaat het, en daarna de polder in, richting Schoonhoven. Het fietspad langs de N216 ligt er in het duister mooi bij. Het ligt alleen iets lager dan de autoweg ernaast, zodat ik flink verblind word door het tegemoet komend verkeer.
De pont naar Schoonhoven ligt al stomend voor mij klaar. De pontbaas kijkt wijfelend naar mijn vervoermiddel en besluit toch maar dat het een fiets is. TomTom loodst mij zonder moeite door Schoonhoven, maar daarna gaat het weer mis. Mijn uitgestippelde route loopt via een fietspad door de polder naar Stolwijk. Maar ome Tom denkt nogal dualistisch op het gebied van fietspaden; ze bestaan wel, men kan er een route op uitstippelen, maar je kan er niet op rijden. Maar dat wil ik nu juist wel. Ik duik het fietspad op en de duisternis in. Ongeveer halverwege stop ik even om de kaart te raadplegen. In de stilte hoor ik vogels roepen. Als ik weer verder fiets besef ik mij dat het kieviten waren. Die zijn wel erg vroeg dit jaar !
Even later bolder ik Gouda in, het verkeer is zo vroeg in de ochtend nagenoeg afwezig, dus ik ben snel door het centrum. Overdag wordt m'n fiets een paar keer bekeken heb ik wat gesprekken met collega's. Het blijkt dat er regelmatig een andere velomobiel bij het gebouw staat, met de kenmerken; wit, en reklame. Geen idee wie dat zou kunnen zijn. Ook wordt er regelmatig in Gouda een witte Quest met koeien-vlekken gezien, waarvan ik de eigenaar aanzienlijk makkelijker kan achterhalen.
's Middags weer terug. Onderweg zie ik regelmatig ooievaars in de weilanden staan, en even later zie ik de eerste lammetjes buiten. Het gaat nu toch echt lente worden geloof ik.
Abonneren op:
Posts (Atom)


