15 juni 2021

Hooikoorts ritjes

Al van kinds af aan heb ik last van hooikoorts. Het begint altijd zo rond de laatste weken van mei, wanneer de eerste jonge spreeuwen uitvliegen. Als ik zo'n groep jonge spreeuwen in in een pas gemaaid grasveld om voedsel hoor bedelen, begint mijn neus al te kriebelen. Het geproest en gesnotter houdt meestel zo'n vier weken aan. Daarna kan ik weer een beetje opgelucht adem halen.  

De bron van mijn ergernis zijn graspollen. Gelukkig bloeien die niet het hele jaar door, en is mijn allergie ook sterk afhankelijk van het weer. Helaas is het dit jaar een heel goed jaar voor die graspollen. We hebben een koud voorjaar gehad, en alles wat groeit en bloeit stond te springen om een beetje zon en warmte. Sinds begin deze maand kwam met het stijgen van de temperatuur een ware explosie van ongerief in de lucht, waartegen mij afweersysteem met overaktieve slijmvliezen in aktie kwam.

Gelukkig kan ik deze alergische reactie met pillen een beetje temperen, anders zou ik vijf weken aan huis gekluisterd zijn. Dus is er nog gewoon tijd voor fietstochtjes, maar niet zoveel meer als in de overige maanden van het jaar. Afgelopen zondag was ik even naar Kinderdijk gefietst. Ik was vroeg, dus het was lekker stil. Afgezien dus dan van die ene velomobilist die zich proestend en snotterend tussen het hoge riet bewoog.




03 juni 2021

Rij impressie na één jaar DF

Het is nu op de op af een jaar geleden dat ik mijn oude Quest inruilde voor een nieuwe DF. Tijd dus voor een overzicht van mijn bevindingen van het afgelopen jaar.

Rijden in de winter: 's winters rijd ik meestal met het dakje op. Hoewel het dakje aan drie zijden open is, is het een stuk minder koud, en je hebt minder last van wind geruis, zelfs wanneer je met de wind pal tegen rijdt. De schuimkap gebruik ik eigenlijk alleen als het echt harder begint te regenen. Deze schuimkap gebruik ik dan altijd samen met het dakje. Aan de beugels van de het dakje heb ik wel een aanpassing moeten doen. Er was eigenlijk niet genoeg ruimte om de schuimkap in de twee beugeltjes van het dakje te schuiven (foto). Met de 3D printer heb ik twee beugeltjes geprint die dit probleem oplosten.

Het ontbreken van voetengaten is wel een manco (niet meer flintstonen), maar daardoor is het andere winterse probleem, dat van de koude voeten, vrijwel geheel verdwenen. En dit zelfs bij -10℃. Dit is voor mij wel een groot voordeel, want zeker bij langere tochten werd fietsen in de kou een pijnlijke aangelegenheid.

Rijden in de zomer: door het ontbreken van de voetengaten zijn de zomers wel warmer in een DF. En verder is het niet meer zo makkelijk om met de ellebogen over de rand te fietsen, en zo wat verkoeling te hebben. Dit komt doordat de rand van het instap gat een stuk hoger ligt dan de Quest.

Claxon: ik heb mijn fiets uitgerust met een 'digitale' claxon. Dit omdat zo'n geval een stuk lichter is dan een traditionele toeter, en geen aanslag doet op de capaciteit van de accu. Het was nog wel even zoeken naar de juiste vervanger (link), en er moest nog het een en ander omgebouwd (lees: ge-3D-print) worden om de toeter op de gewenste plaats te krijgen. De claxon heeft twee geluiden; een traditionele claxon, en een tjirpend vogel geluid. Vooral die vogel is zeer luid en deze gebruik ik ook het meest. Het enige nadeel is, is dat zo'n geluid niet altijd geassocieerd wordt met een fiets. Ik heb een keer zelfs flink in de remmen moeten gaan omdat mijn 'doelgroep' dacht dat een overvliegende troep ganzen de bron van het geluid was, in plaats van een aanstormende velomobiel 😉.

Banden / voorwielen: Het lastige van de voorwielen vind ik dat je ze altijd los moet halen om de banden op te kunnen pompen. Maar dat is dan ook het enige nadeel (nog afgezien van de verhoogde luchtweerstand). Verder zijn er een hoop voordelen; je kan zo bijvoorbeeld sneller zien wanneer de banden aan vervanging toe zijn. In de Quest heb ik een aantal keer mee gemaakt dat ik de bandjes tot op de draad versleten had, zonder dat ik dit doorhad. Dit merkte ik pas op het moment dat de binnenband zich door het canvas had gewerkt, en met een luide knal de fiets tot stilstand kwam. Ik rijd tot nu toe met twee G one speed 40-406, naar volle tevredenheid. Ze zijn eigenlijk iets te breed, want aan de rechter kant schuurt de band tegen de fiets huid aan. Ik kan er zonder problemen ruim drieduizend kilometer mee fietsen.

Verder wordt door de open wielkasten wordt het schoonhouden van onder meer de trommelremmen erg makkelijk

Wegligging: Smaken verschillen natuurlijk, maar de stijvere vering in de DF vind ik prettiger dan de meer zompige vering van mijn oude Quest. Ik hang minder door in de bochten, wat sneller bochtenwerk mogelijk maakt. Verder is door de schuinere stand van de wielen het stuurgedrag van de fiets bij hogere snelheden een stuk stabieler. Dit merk ik vooral bij de afdaling op de Van Brienenoordbrug. In de Quest moest ik m'n kop er goed bij houden om de fiets recht te houden, terwijl ik in de DF bij dezelfde snelheid nog relaxed om mij heen kan kijken (met tranende ogen van de wind 😉).

.. en doordat de fiets minder schouderruimte heeft dan de Quest, wordt je bij het snellere bochtenwerk minder snel heen- en weer geslingerd.

Ruitje: Bij aanschaf van de fiets had ik ook het lexaan ruitje besteld. Deze heb ik na een paar ritten weer verwijderd. Ten eerste omdat de witte bovenkant van mijn fiets hinderlijk reflecteerde in het ruitje, en ten tweede had ik het eigenlijk niet nodig. De fiets loopt voor het instap gat iets omhoog, waardoor de meeste wind net over de ogen geblazen wordt.

Ik heb tot nu toe 6600 kilometer in de fiets afgelegd, en dat is voor mij veel. Zeker aangezien dit allemaal recreatief verkeer is. Nu heeft Corona natuurlijk wel meegewerkt in dit geval, want ik heb met mijn nieuwe fiets al heel wat Corona ritjes achter de rug. Dan nu de hamvraag: zou ik terug willen naar de Quest ? Nee.