06 juli 2021

Foto apparatuur in de DF

Het moge geen verrassing zijn dat ik onderweg veel fotografeer. Dat doe ik niet met m'n telefoon, want daarvan vind ik de kwaliteit niet goed genoeg. Goed, de laatste jaren is het verschil tussen een goede telefoon en een doorsnee camera wel erg klein geworden, maar verschil is er wel degelijk.

Dus fiets ik nog steeds rond met een full-frame mirrorless camera (een Sony A7II). Daarbij fotografeer ik altijd in RAW formaat. JPEG gebruik ik nooit. Het maken van plaatjes in JPEG is net zoiets als een foto laten afdrukken en het negatief weggooien. Enige vorm van nabewerking van een JPEG is vrijwel niet mogelijk, terwijl er met RAW achteraf nog heel veel aangepast kan worden.

En dan nu de lenzen. Meestal rijd ik rond met een Sony 12-24 mm f 4.0 lens. Dit is een mooie groothoek lens die ik vaak gebruik voor m'n landschaps- foto's. Bij elkaar weegt dit duo zo'n 1200 gram. Verder rijd ik zomers soms rond met een telelens, een Sony 70-200 mm f 4.0. Deze weegt nog eens 840 gr. Met een beetje pech sleur ik dan zomaar twee kilo extra bagage mee over de weg. 

In de winter ziet mijn 'lenzen pakket' er iets anders uit. Omdat het dan donkerder is kom je met een f 4.0 lens minder uit de voeten. Dan heb ik een Zeiss Batis 25mm f 2 en een Zeis Batis 85 mm f 1.8 mee.

Afgelopen weekend was het 's ochtends mooi weer en had ik het twee kilo pakket in de fiets. Hieronder drie foto's met twee lenzen en drie verschillende brandpuntsafstanden. Allemaal op dezelfde plaats genomen.

Een rustig polderweggetje in de vroege ochtend, met 200 mm.


Hetzelfde weggetje, maar dan nu met 70 mm.


.. en met 12 mm. Drie heel verschillende foto's met een eigen sfeer.

De panorama foto's die ik onderweg maak, zijn vaak meerdere staande foto's, gemaakt met de 12-24 mm lens, die ik in Lightroom aan elkaar geplakt heb, zoals hieronder (van afgelopen weekend). Ik laat de foto's meestal zo'n 50% overlappen, zodat Lightroom genoeg speelruimte heeft om de foto's aan elkaar te kunnen zetten.







... en nu de dagen weer heel langzaam wat korter worden, kunnen we binnen een paar weken weer gaan genieten van mooie zonsopgangen zonder er vroeg voor uit de veren te moetenšŸ˜Š.

2 opmerkingen:

  1. Mooi die aanvoegende wijs in de openingszin.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dank ! Ik was mij er niet van bewust dat dit aanvoegende wijs was. Mijn kennis van het Nederlands heeft overigens een eigenaardige piek vertoond. Op de middelbare school wist ik alles over zinsontleding. Met mijn houten bordje stond ik naast de meester (we mochten overigens geen meester zeggen, maar alleen meneer, dit waren de jaren zeventig), en ontleedde met kinderlijk gemak de meest moeilijke zinnen. Later is die ontledingskennis bij mij helemaal verdwenen, maar pas ik het onbewust nog steeds (meestal) goed toe.

    BeantwoordenVerwijderen